Ervaringstochten op Texel

Het is oktober 2005 en we zijn op pad met cursisten van de geomantie opleiding.

Aan het water (waddenstrand)

DD tekent het eiland met vier cirkels er in, daarin zijn vier landschapsengelen. We gaan er in staan, ieder zoekt een eigen plek die het beste voelt, binnen of buiten deze tekening. Wanneer DD het heeft over een opperwezen boven de vier landschapsengelen voel ik me misselijk worden.

Vraag: advies / opdracht / contact / waar vandaag aandacht aan geven?
Antwoord: warmte en liefde
Vrouwe.
Rood en Wit en geel, maar daar achter in de diepte zwart.
Vervolgens komen achtereenvolgens andere beelden op in onderstaande volgorde:

1. Draak
2. Uil
3. Haas
4. Paard (wit met vleugels)

Boven loopt energie en van boven komt groene energie in druppelvorm naar beneden

2. Wandeling op de hoge berg.

texelhogeberg0026

Cirkel met 6-deling. (Heilig getal 6 = 1+2+3 maar ook 1 x 2 x 3 )
Eeuwig vuur van de mythe is een metafoor
Plek heeft verbinding met verleden en “spirit”
Eigen waarneming: kleur groen en stilte

Je kunt hier komen voor steun en advies, dat is altijd al zo geweest.
Kijkend naar het bos aan de oostkant van de berg neem ik een lichte (witte) zuilvormige energie waar.

3 Aan de noordkant van de hoge berg

Waarneming: voelt als een vrouwenplek, aarde. Dit is een plek met energie.
De kleur is geel / oranje.
Wat inspireert me hier:

1. Gehinnik van een paard: plezier
2. Rode godin
3. Energie die van bovenkomt : geel
4. Wind

BOOSHEID: BOEM

Dat hoort niet hier op dit tijdstip en in deze tijd. Waar komt het vandaan?

Ik laat me in de aarde zakken naar een enorm grote “middeleeuwse” zaal. Het is een grote zaal, middeleeuws is mijn benaming omdat ik geen ander soort beschrijving weet van een hoge donkere zaal vol met mensen, maar het is absoluut niet middeleeuws. Er is een groot haardvuur dat oranje licht uitstraalt en er zijn veel mensen. Er zijn daar een aantal die graag een gevecht met me aangaan. Hoe harder hoe liever wat mij betreft en ik gooi met vuurbollen, houdt een zwaardgevecht. Ik overleef de agressie en verbind me dan weer met boven en keer terug naar het pad. De grote woede is weg.
Wat veroorzaakte op dit moment hier in deze tijd die woede?
Ik weet het niet, het kwam ineens hier op. Met DD daar over redenerend: familiaire geschiedenis??

In ieder geval kan ik weer lachen en ik weet dat het niet iets van mij zelf op dit moment is.

4 We gaan eten in een landje aan het begin van de weg.

We wandelen over het pad tussen de tuinwallen naar de zandkuil.
In een groot aantal bomen onderweg neem ik gezichten van mannetjes (kabouters / mensen / elven) waar.

5 Bij de zandkuil zie ik weer dezelfde lichte energie die ik waarnam bij de tweede stopplek.

Bij de zandafgraving in het bos neem ik slangenenergie waar. Bij de zandkuil, deel van de zandafgraving, voelt de energie licht en vrolijk. In het andere gedeelte van het bos voelt het voor mij veel zwaarder, en zeker niet vrolijk meer.

Dagafscheid

texelj041105strand0006

Weer aan het waddenstrand zitten we op een rij op de dijk want het is vloed en het strandje is verdwenen. De korte golfslag slaat op de kust. Zeilboten varen over de waddenzee, één is een klipper. Achter ons de zon en vanuit het vaste land komt wat heiigheid opzetten. We mediteren vanuit verschillende polen.

Koffie in het restaurant bij de boot, met een “vreemde” ober. Afscheid van L. die teruggaat naar de vast wal. Wij blijven allemaal de nacht nog, in tent of in huisje

Strandwandeling in het donker

We lopen over een smal weggetje onder de melkweg. Mars in het oosten. Links van Mars een groepje sterren, dan weer wel, dan weer niet zichtbaar: de Pleiaden. Onder de Pleiaden de stier en daaronder zit Orion, maar de drie sterren van de gordel zijn (nog) niet zichtbaar dus herkennen we hem niet.
Er is geen maan, die is rond 4 uur ondergegaan, bovendien is het bijna nieuwe maan.

In het noorden is de Grote Beer duidelijk zichtbaar boven de zee. Boven de Grote Beer is de Kleine beer te zien en de Draak.

In het Noordoosten, hoog aan de hemel Cassiopeia (W-vormig sterrenbeeld)
De melkweg loopt er door heen, helemaal over onze hoofden.
Heldere sterrenbeelden zien we. A. kan er wat meer over vertellen.
Onderweg drie vallende sterren. Mijn hart voelt licht en ik geniet hier van.

Een lange weg door en over de duinen. Het vuurtorenlicht verstoort de duisternis met vaste regelmaat. Kruidig gras, ruik ik en struikel ik over.

En dan wandelen we ieder op zich over het lange noordelijke strand waar de golven van de Noordzee in een ander ritme op de kust rollen dan aan de zuidkust. Het is warm. Het eeuwigdurend ritme van de zee klinkt kalm als op een nieuwetijds CD.

Op het strand ontdekt Aa lichtende wezentjes. Ze lijken op strengen touw en wanneer een voet of hand er over heen gaat geven ze licht af. We aaien ze en onze handen tintelen. Lopend over het strand laten we lichtende voetstappen achter, die langzaam uitdoven.

Seabhac Nathair

Ervaringstocht naar Wieringen

Het is januari 2006

Wij zijn laat. Ons dorp, de grond, ons huis vertragen onze bewegingen, gedachten en activiteiten zodat we een half uur later vertrekken dan we besloten hadden. Het vriest en de wind is ijzig koud. Autootje wil wel. Al snel op naar de 140 en zo – zoef zoef – door Groningen, Friesland, over de Afsluitdijk en dan de eerste afslag. Een landschap in dat we nog niet kennen en dat verrast door haar heuvels en kerkjes.

We zijn ruim op tijd bij de oude kerk in Oosterland. Mijn eerste indruk die ochtend is van een hardheid en strengheid. Wanneer ik mijn handen op de tufsteen leg komt er een “oude” warmte door heen. Mooi materiaal als je het van dichtbij bekijkt en voelt.
We begroeten D. en denken de eersten te zijn, maar DD staat er ook al met de anderen, op een andere plaats dan is afgesproken in de mail: iedereen van de cursus is er, en er zijn twee gasten. Na begroeting en het drinken van thee en koffie gaan we naar het water.
We begroeten de Waddenzee.

Het is ijzig koud en er staat een matig Waddenzeeharde wind vanuit het oosten. In het water liggen hier en daar vierkante plakken “gras”. Het water fluistert dat ze menselijke woonplaatsen overspoelt en terwijl ik kijk is het, alsof hier en daar de grond wat omhoog komt en ijle zandduinen verschijnen. Ze lossen weer op en ik zie alleen nog maar het water en de waddengrond en voel de koude wind door mijn kleren heen.

Na een aantal minuten zie ik halverwege de horizon de kleur van de zee veranderen in meer groen. En het licht erboven verandert in een zacht groen. Alsof er een reep lucht/water een andere energie heeft. Een klein rond lichtje verschijnt in het noordwesten en verdwijnt weer, even later schiet er een lichtje door de lucht meer naar het noordoosten.

De Sint Michaëlskerk van Oosterland.

Komend uit het noorden, zie ik een uil zich kort manifesteren in de heg rondom het kerkhof. Ik blijf staan en bekijk de drie gouden windvanen: een scheepje op het schip, een loeier van een haan op de toren en de vlag van Wieringen met z’n meerminnen en ganzen op het koor.

Wanneer ik om de kerk wandel voel ik in het Oost-Noord-Oosten een warme energiestroom, een heel zacht aanvoelende energiestroom.

Doorlopend langs de zuidkant voel ik een steek in mijn linker schouder. Net nadat ik voorbij twee grote zwerfstenen die op de rand van een tuin zitten ben gelopen. Au, dat voelt daar beslist niet lekker. Voor de kerk scharrelt een merel in de bladeren en is niet bang als ik voorbij kom, hem gedag zeg en verder ga. De kerk is open. Iemand is bezig het verhaal van de restauratie te vertellen aan DD en diegenen die al binnen zijn.

Wat een verrassing hier binnen. En wat een warmte. Tufsteen met keien. Keien en tufsteen. Wat een vuur!

Lopend door deze kerk word ik helemaal ontroerd. Iets in mij voelt zich op een prettige manier aangesproken. Ik wil gaan zingen, maar onderdruk de neiging. Ter hoogte van de deur in het zuiden loopt een baan van Zuid naar Noord, die me de aarde in duwt. De zwarte en grijze stenen die de vloer vormen hebben een patroon dat ik niet kan ontdekken, maar dat ik wel zou willen ontdekken. Een aantal grafstenen hebben tekens. Ik noteer er twee om uit te zoeken wat ze betekenen, want in Deventer kwam ik die ook al tegen.

De crypte voelt als een “heilige” plaats.

Drie sarcofagen, van binnen bewerkt met kronkelende lijnen.

Het getal 7 komt hier voor in de crypte. Vreemd? In het Oosten ontbreekt alleen een opening die er naar mijn gevoel moet zijn (geweest)

Alles in deze kerk is hersteld met liefde en aandacht.

Ten westen van de kerk zijn rond 1999 twee Vikinggraven vol schatten gevonden.

Vikingen: een voorouder steekt zijn kop hier op.

Kraaien verwelkomen me als ik de kerk uit kom. Die had ik zo net nog niet gezien of gehoord.

De kerk van Oosterland zou een Wi-Heiligdom van de Vikingen zijn geweest. In die tijd bestond het heiligdom uit een driehoekige vorm, die aangegeven was door drie hoge staande zwerfkeien, ook wel menhirs genoemd.

Waddenzee op een andere plaats, bij een kleiput.

DD zegt dat hier zeemeerminnen zijn en een zeevrouwe.

Ik zit op de dijk in de ijzige kou, mijn blik op de zee en lucht.

Er verschijnt in zee een nederzetting met vrolijke, grote sterke mensen. Ze lost na een minuut weer op. Een zeewezen verteld me dat hier veel plekken zijn die bewoond zijn geweest door mensen. ( En zondag daarna lees ik in de encyclopedie op internet: In de oudheid lag Wieringen aan een rivier Maresdeop, Texel lag aan de andere kant van deze rivier. Tegenwoordig is het restant van deze rivier het Marsdiep)

Waddenkust bij WieringenIk probeer “in te tunen” op de zeemeerminnen, maar er zijn een groot aantal aardse wezentjes, die mijn aandacht opeisen en me uit de concentratie weg trekken. Twee vogels zeggen dat ze me de plek zullen wijzen, waar op dit moment meerminnen zijn. Het is ver weg bijna aan de horizon, ten Noord-noord-Oosten van me. Ik ga op weg er heen. Een eend lacht en ik heb het gevoel dat hij me uitlacht. Een scholekster vliegt laag over het water en schreeuwt en roept en komt vervolgens met een maatje terugvliegen naar het westen.

Het is hier “stiller” dan op de eerste plek bij de Waddenzee. Er zijn hier wel meer wezentjes in en rond het water.

Een eind verder, op de wadden, worden de lucht en de zee wat lichter en wordt de zee groener. Een lichtje verschijnt en verdwijnt vervolgens richting oosten. Nog twee lichtjes verschijnen na elkaar en verdwijnen weer voordat ik me er echt op kan richten.

Hobbits

We reizen verder. Een landweggetje bij Vatrop (dorp bij zee) en DD die op een houten hoorn blaast en vrolijkheid oproept.

Volgens hem zijn dat de Hobbits.
Lunch.

wieringen-kl-0023klJe houdt het toch niet voor mogelijk?. Een picknick.!

Er heerst veel vrolijkheid. We slaan flink wat naar binnen

Noord-Stroe

In Noord-Stroe gaan we op zoek naar “Sammelkes”, een soort kabouters.

Direct bij het betreden van een laag, wild en ruig stuk land verschijnt er een klein wezentje voor me. Hij is oud, intelligent, zeer wijs, nieuwsgierig en openhartig en zijn haar staat alle kanten op. Hij doet me denken aan Einstein. Ik vraag hem of hij familie is van de kabouters die bij ons in de buurt wonen. Hij zegt dat ze contact met elkaar hebben maar wel van een ander ras zijn, een soort neven. Zijn gemeenschap bestaat uit een flink aantal wezens. Ze hebben contact met de boerderijen die een paar kilometer verderop zijn. Ze hebben ook vervoer, een soort gangen die ze in kunnen stappen en waardoor ze met de snelheid van licht door verplaatst kunnen worden. Ze wonen niet op de plaats waar wij nu zijn maar verder weg. Hij is hier omdat wij hier zijn en vooral op dit moment omdat ik daar ben.

Wanneer ik hem vraag wat ze doen antwoordt hij dat ze zorgen dat de aarde is “zoals ze zijn moet”.  Als ik hem uiteindelijk vraag of hij nog iets aan mij wil meedelen over mezelf begint hij te lachen en wordt dan heel ernstig. “Je weet het allemaal al lang, je moet het je alleen herinneren en het gaan gebruiken”.

Wij aardemensen delen ervaringen, gezeten op een hoge wal langs dit diepe stukje land. Een grote groep ganzen komt uit het oosten en vliegt rond over een akker. Ze roepen voortdurend naar elkaar terwijl ze heen en weer zwermen en dan strijken ze neer en wordt het stil.

Volgende stop is de steen van Westerklief.

Maar op weg daarheen zie ik KIEVITEN ! De eerste voorbodes van de komende lente.

De steen is heel oud en verweerd. Volgens mij is ze ooit, lang geleden bewerkt. Ze staat niet meer op de plaats waar ze oorspronkelijk stond en er komen geen beelden van een oud verleden bij mij op wanneer ik haar aanraak.

Een vrouwfiguur zie ik in de steen.

DD geeft ons oefeningen op om later thuis en elders te doen:

  • Zet eens stenen overeind in je tuin.
  • Wat is hun beste richting?
  • Wat is de functie van de steen?
  • Wat is de kwaliteit van de steen?
  • Wat is de taak van de steen?
  • Wat de relatie met mensen van deze steen?

Een laatste plek: het wezen van Wieringen

En dan een kop warme soep in Hippolytushoef en naar huis

Links:
Pagowirense

Wad anders

Er zijn plannen om een randmeer aan te brengen zodat
Wieringen weer een eiland wordt.
Geen slecht idee lijkt mij. http://www.wieringerrandmeer.nl/

Inzichten

Vier inzichten

Inzichten 27 november weerspiegelingIk ben een boek aan het lezen: “De hoeders van de aarde” : de vier inzichten van Alberto Villoldo. Ik kende het nog niet, er zitten mooie oefeningen in voor 4 verschillende staten van waarneming, gebaseerd op lessen van een stam Zuid-Amerikaanse indianen. Ik heb het uit de bibliotheek en zo net weer verlengd want lezen gaat bij mij nog niet zo snel.
Ik kwam er aan dankzij GJ. Hij had om een boek van dezelfde schrijver gevraagd, “Afdalen in je ziel : helen van verleden en toekomst met soul retrieval” en tijdens het zoeken daarnaar kwam ik het boek tegen dat ik zelf nu lees. De 4 inzichten verwoorden en vullen aan wat ik zelf al voelde, waarnam en wist.

Wanneer ik het uit heb en de oefeningen me eigen heb gemaakt zal ik er meer over vertellen.

Alle dag – 26 november 2016

Alledag
alledag,

De tweede dag van de kruidencursus is al weer voorbij, vandaag  heb ik een aantal kruidenthee-mengsels samengesteld. De voorgaande keer heb ik een hoestdrankje gemaakt en een zalfje voor hoesten op de borst. Voor mij is deze cursus: oude kennis weer ophalen en samen met anderen “doen”.
Fijn om te herinneren, fijn om te doen.

Het verzet ook de gedachten.

Ik slaap slecht, dat gebeurt wel vaker, maar de boosheid dat we al weer een beving hadden speelt weer een rol. Post traumatische stress heet het, dankzij de NAM en de BV Nederland!

GJ heeft hard gewerkt buiten, de tuin is klaar voor de winter, goten schoon, heggen gesnoeid en alle bladeren van gras en struiken af.
We hebben gelukkig weer veel merels in de tuin, ze komen op de rotte appels af. We hadden een redelijk grote appeloogst, en nu lopen we elke twee weken de kratten na en alles wat niet meer goed is gaat dan de tuin in voor de merels. Van de week heb ik zo’n kunststof container opgehangen met zaad en een pot pindakaas voor vogels in een houten hokje gezet. Meteen zaten er mussen en pimpelmeesjes op.

De pelletkachel die we vorig jaar besteld hadden is eindelijk geïnstalleerd. Het is wel een wat andere geworden, eentje die iets meer herrie maakt, maar het is een goedgekeurde, en we hebben er subsidie voor aangevraagd. Die kachel bevalt goed, hij verwarmt het hele huis en er zijn vlammetjes zichtbaar. Geluid komt van de ventilator die er in zit en stil is het niet meer in de kamer, maar als de radio of de tv aan staat heb ik geen last van het gesnor.

En het is een prettig gevoel minder afhankelijk te zijn van gas.

Van de week was ik bij Google in de Eemshaven . Vlak daarbij is een groot veld met zonnecollectoren gekomen en er is nu planning voor een tweede veld.  Dat vind ik een prima oplossing.  Wij zelf krijgen onze elektriciteit van een windmolen niet ver hier vandaan. We zijn hier kort geleden langs gereden, de molen staat bij een boer in zijn achtertuin. Dat onze energie daar vandaan komt  is natuurlijk “virtueel”, wij konden aangeven of we elektriciteit van een molen [waaronder deze] of een centrale wilden. Centrale viel voor mij af: ik zie zelf niets in “biomassa” verbranden, zoals ze op dit moment overal doen. Maar uiteindelijk stroomt die elektriciteit wel allemaal door dezelfde kabel.

November 2016

Het was helder en de maansikkel stond groot en laag aan de hemel toen we in het donker over de Schoolweg naar huis terug wandelden. Die middag en avond waren goed geweest. We hadden in een groot gezelschap verkeerd waarbij wij ons hadden aangesloten bij de ovalen tafel. Dat was een goede keuze geweest want we hadden gelachen, vaker, meer en harder dan alle weken ervoor. Het eten was ruim voldoende en meer dan genoeg, de Champagne prima en schoonzuster was nu officieel jongere oudere, hoewel ze uiterlijk toch nog niet zo veel veranderd was.

Bij het naar huis gaan had iemand in het gezelschap opgemerkt dat hij op weg naar dit dorp door drie sluiers was gegaan.
Niemand vroeg hem om uitleg of om een duidelijker verklaring.
Op weg naar huis vroeg ik de stilte: Samhain?

november avond op weg naar huisHet was donker met heldere sterren boven het dorp. Doodstil was het aan het begin van de dorpsstraat, geen menselijke geluiden stegen boven die zwijgzaamheid uit;  de geur van winter blies over ons heen vanuit het veld, een groep ganzen vloog westwaarts en doorbrak de hemel met hun gegak, ver weg loeide een koe, dichterbij riep een ransuil.

Een kattenstaart boven een onzichtbare kat zweefde voor ons uit. Magie is nooit ver weg want de sluiers in deze tijd van het jaar zijn dun.
Slaap lekker

Yolanda, 6 november 2016

Havik

Ik weet waar ik vandaan kom en waar ik naartoe ga.

In de zomer van 2010 mediteerde ik in de zon bij een bron op de helling van een heuvel in de omgeving van Glastonbury en transformeerde in een havik; hoog zweefde ik daar,  ik voelde de wind door mijn veren en mijn scherpe blik omvatte alles in het landschap beneden mij.

Er zijn plaatsen op de wereld waar je makkelijker mediteert dan op andere plaatsen, waar je makkelijker droomt dan op andere plekken, waar je makkelijker dingen ziet, die normaal je ogen niet zien, waar je makkelijker communiceert met een andere wereld waaraan je gewoonlijk voorbij gaat.

havikEen havik op de klei?

Klei houdt je vast, klei  plakt aan je zolen en zuigt je naar beneden de aarde in. Klei is aarde en water en klei heeft vuur en lucht nodig.

Kijk opnieuw, dat is er!
Beneden de klei met aarde / water, en boven de hoge heldere hemel en de zon met lucht / vuur.

De illusie van andere plaatsen waar het anders of makkelijker zou zijn, is heel diep geworteld en hardnekkig.

Van de week landde Havik onverwacht tegenover mij, nog geen 10 meter van mij vandaan.  Hij herinnerde mij aan het Havik zijn: mijn eigen staat van Havik zijn.

Een havik in het kleilandschap.

 

De Nederlandse naam voor deze Havik ken ik niet, ik had geen fototoestel bij me maar hij was echt en ik herkende hem meteen:  hij leek zo uit een schilderij van Will Worthington gevlogen te zijn.

Legende van de Lolernen en de Dodekalitten

Er is een legende over de DODEKALITTEN op LOLLAND. Ik vond hem in het Deens en vroeg Google die te vertalen, daarna heb ik hem wat ingekort en er iets leesbaarder Nederlands van gemaakt.

Over de Lolerne weten we niet veel zeker, niet waar ze vandaan kwamen, waarom ze kwamen of waarom ze zich hier op Lolland vestigden.  

Rond het jaar 6000 voor Christus aan het begin van de Atlantische tijd, steeg de zee fors als gevolg van smeltend ijs, en velen geloven vandaag in de legende dat de overstroming van “de aarde”  te wijten is aan de doorbraak van de zee 7500 jaar geleden door de landengte bij de Bosporus waardoor de eerste grote culturen rond de Zwarte Zee, die op het moment zich 170m. onder de zeespiegel bevond, overstroomden.

In Europa,  steeg de zee in periodes van 2m. per.100 jaar.
Komen de Lolerne migranten in Noord Europa uit de Zwarte Zee, en kwamen ze toen al 5500 jaar voor onze jaartelling, en bleven ze misschien wel 1000 jaar lang, hun grote stenen bouwwerken in Bretagne, Engeland en Ierland bouwen, of was het een andere verwante volk?
Op veel plaatsen op Lolland, had het ijs een aantal vaak zeer grote stenen achtergelaten, zoals nu nog kan worden gezien bijvoorbeeld in Skejten. Ze waren vrij beschikbaar in het veld, klaar om gebruikt te worden als de tijd rijp was, toen de Lolerne kwamen om hun cultuur te verspreiden.

DODEKALITTEN 

Toen ze kwamen, vonden ze Lolerne hier 12 zeer grote stenen voor hun monument aan de voorouders, de 12 leiders en sjamanen, de opmerkelijke persoonlijkheden die goed zongen.
De 12 menhirs werden gebouwd in een perfecte cirkel met een diameter van slechts 12 loliske (ca.28m.).
De Stenen pilaren waren, net als hun voorouders, verschillend en ze toonden karakteristieke gelaatstrekken van elk individu. Lolerne waren lange, sterke, maar slanke mensen, mannen van meer dan 2 meter waren niet uitzonderlijk. 

De Pijlers van steen waren ongeveer 3 loliske hoog  (ongeveer 7m.), en de afstand tussen hen was ongeveer hetzelfde. Ze hadden allemaal hun aangezichten naar het midden alsof ze bijeen waren om te beraadslagen, als in een “ding” of een koor. Want er wordt beweerd dat ze regelmatig samen zongen, vaak rustig, maar ook meer sonoor, en dat bij speciale gelegenheden over het landschap, een mooi en verleidelijke koor klonk dat betoverde maar ook lokale stamleden die niet gewend waren aan dergelijke klank angst aanjoeg. 
In midzomer, zo wordt ons verteld, was het lied zeer krachtig, en een paar dappere bewoners die zich dicht genoeg nabij waagden, hebben verhaald over zwevende vrouwen die rond en in de stenen cirkel dansten, terwijl zowel de mannen als de  steen met liederen ondersteunden.
Er zijn minder veel verhalen van de lange nacht van midwinter. Maar betoogd is dat Lolernes lied hier zo geconcentreerd was dat het de DODEKALITTEN, de twaalf als lichtgevende stenen, voor een kort moment boven de grond liet stijgen in het midden van de stenen cirkel. DODEKALITTEN verlichte de gezichten van de voorouders en gaf hun macht om nog een jaar van overleg, meditatie en zang uit te voeren..
Of de Lolerne hun doel van het verhogen van de cultuur hier bereikten, dat weten we niet. Vermoedelijk, reisden ze naar Bretagne, en misschien kwamen ze terug in de Bronstijd en bleef hun culturele structuur op Lolland, zoals het eiland en de landen rondom geleidelijk werden genoemd.
Of de grote stenen,ondersteunt met portretten van de voorouders, werden verplaatst of neergehaald en hergebruikt om grandioze graven te bouwen voor de lokale bevolking weten we niet zeker.
Maar veel later in de middeleeuwen, waar je bijna vergeten was waarom het land Lolland werd genoemd, gingen er legenden over de grote zingende stenen cirkel en de DODEKALITTEN.
Sommigen dachten dat dit monument de 12 apostelen, die de Heilige Graal bewaakten geweest konden zijn, en zij met de 12 menhirs zo mooi hadden gezongen. Anderen die meer sceptisch waren over alles wat van buiten gekomen was, vonden dat er sprake was pure duivelsheid  en dat de stenen dragers in schaamte waren verzonken toen Christus werd geboren. Het meest vrome antwoord dat de DODEKALITTEN bij het inwerkingtreding van de Apostelolische gebeden en gezangen eindelijk opgestaan ​​waren en zich zo hoog boven de grond verhieven, dat het werd gezien als de ster van Bethlehem is een mooi, maar nauwelijks een aannemelijk verhaal.

Het Koor liet echter zijn blijvende sporen in het landschap na, de dieren bleven de traditie zodanig bewaren dat één van de hoven, die veel later werd gebouwd “Fuglsang” werd genoemd.
En op deze bijzondere boerderij kwam de muziek, samen met de beeldende kunst, het brandpunt van het leven, terecht in onze eigen tijd.

In de jaren rond 2000 na Christus kwam een aantal van Lolernes erfgenamen terug naar Lolland om hun voorouderlijke cultuurwerk te vernieuwen. Ze organiseerden zich in kleine groepen samen met de lokale bevolking en getracht werd zowel de oude tradities van muziek en beeldende kunst zoals een zingend monument met de 12 voorouders in de steen, die nu DODEKALITTEN heten, te herstellen.
Ze bouwden een nieuw museum van de kunst aan de zijde van het oude landhuis, waar de muziek wordt gehouden, maar voor een lange tijd zochten Lolernes opvolgers vergeefs naar sporen van de zingende stenen cirkel in het gebied van het oude midden van Lolland, waar men geloofde dat het oorspronkelijk zou hebben gestaan.
Was het misschien verzonken in wat nu Bredningen in Guldborgsund is, toen het land daalde en Lolland en Falster, de oude Østlolland, werden gescheiden door het water? 
Twee van Lolernes opvolgers bleven zoeken naar de plaats waar de 12 zingende twaalf stenen DODEKALITTEN kon worden herstelt, en zij wijdden zich aan deze taak.
Ze stichtte een broederschap, “LOLERRINGEN” en rond deze kern verzamelden zij een aantal geïnteresseerde en competente helpers in een organisatie die werd uitgeroepen tot “LOLERKREDSEN”.
De ingewijden hopen  dat de DODEKALITTEN / Graal weer zal herrijzen ​​over de aarde op een nacht in het midden van de winter of misschien zelfs bij midzomer, terwijl het koor naar de hemel stijgt. Dit kan echter alleen worden gedaan als alle 12 stenen  weer worden opgeheven in de juiste plaats en genoeg kracht hebben om mee te zingen.
Stone Master broer Thomnir nam de verantwoordelijkheid voor het vinden, hakken en vervoer van de grote stenen DODEKALITTEN, een artistiek werk dat hem ten minste 12 jaar zou kosten om te volbrengen.
En minstreel en koorleider, broer Gunhirdur, voert ons mee naar het originele verhaal en de muziek en koorzang, zodat het landschap en de mensen hier op Lolland weer betoverd raken.

onderweg in Groningen